nl | fr
 

“Zelfs met vermindering van de financiële bijdrage, gedeeltelijk betaald aan de pomp en gedeeltelijk door de sector, beschikken we over voldoende financiële middelen om het project af te werken en dit ongeacht de graad van vervuiling van de site en de orde van grootte van de terugbetalingsdossiers. Om nog beter te kunnen anticiperen op het kostenplaatje van de terugbetalingsdossiers, hebben we de aanvragers gevraagd om hun schatting kenbaar te maken.”
Lieven Van den Bossche, algemeen directeur bij BOFAS
BOFAS ZOEMT IN OP EEN PROJECT IN BRUSSEL: DE PRAKTIJK

Saneren is duur

Marcel Vermijlen was meer dan 25 jaar uitbater van een tankstation op de Ketelsstraat in Laken. In de jaren 80 heeft hij zijn station gesloten. In 2008 heeft hij de nodige stappen ondernomen om zijn terrein te saneren, omdat hij er zich van bewust was dat dit sowieso zou moeten gebeuren. Uit een prospectief bodemonderzoek, uitgevoerd in 2007, werd immers een verontreiniging vastgesteld. De heer Vermijlen heeft daarop een milieudeskundige onder de arm genomen die de verdere stappen met betrekking tot de sanering van zijn terrein heeft ondernomen (nader onderzoek, coördinatie van het saneringsproject etc.). Diezelfde milieudeskundige heeft uiteindelijk ook de opvolging en coördinatie van de bodemsaneringswerken met een aannemer voor zijn rekening genomen. Marcel Vermijlen legt uit: “De geraamde kosten van de saneringswerken waren voor mij een zeer zware financiële last. De komst van BOFAS kwam dan ook als geroepen. Alleen kon ik in die eerste fase geen beroep doen op het Fonds, omdat er een beperking was ingebouwd waardoor enkel tankstations gesloten vanaf 1993 een aanvraag konden indienen. Ik was dan ook verheugd wanneer ik hoorde dat het tweede Samenwerkingsakkoord (SWA2) werd goedgekeurd en ik hierdoor toch een beroep kon doen op het Fonds. Met dit nieuwe SWA konden immers ook tankstations die gesloten waren voor 1993 een aanvraag indienen.”

BOFAS is er ook voor aanvragers die al gestart zijn met saneren

Marcel Vermijlen leerde BOFAS kennen via de media. Meer dan eens werd benadrukt dat aanvragers die geen dossier indienden bij het Fonds, op termijn zelf de kosten zouden moeten dragen. Toen de indieningsperiode werd verlengd dankzij het SWA2, heeft de heer Vermijlen geen moment geaarzeld om onmiddellijk een aanvraagdossier in te dienen. Aangezien hij intussen zelf al zijn terrein had gesaneerd, kon hij een aanvraag voor terugbetaling indienen nadat zijn aanvraagdossier ontvankelijk werd verklaard door BOFAS. Hiervoor deed hij een beroep op diezelfde milieudeskundige die hem bij de sanering had begeleid. Marcel Vermijlen legt uit: “In één maand tijd had de milieudeskundige alle bouwstenen verzameld om mijn terugbetalingsdossier in te dienen bij BOFAS. Mijn dossier werd in detail nagezien en goedgekeurd door BOFAS. Binnen een termijn van zes maanden werd ik voor het grootste gedeelte terugbetaald. BOFAS heeft me over de hele lijn heel wat inlichtingen gegeven voor het indienen van mijn dossier en er ook alles aan gedaan om me zo snel mogelijk terug te betalen. Ik kan hen hiervoor niet voldoende bedanken.”

Een passie voor wagens raak je niet kwijt

Marcel Vermijlen was woonachtig op het terrein, maar heeft zijn huis verkocht om naar een appartement te verhuizen waar hij van zijn oude dag kan genieten. Hij heeft een grote passie voor oldtimers en staat nog steeds ten dienste voor raad en inlichtingen over deze wagens.

“Ik ben BOFAS dankbaar voor hun tussenkomst. Zonder hen was deze sanering voor mij een financiële aderlating geweest.”